In het multidisciplinaire team dat samen een kunstproject zou neerzetten, was er onderling regelmatig gedoe. Degene die de leiding had, zat inmiddels thuis met een burn-out. Zijn tijdelijke vervanger signaleerde dat er nu al vier mensen bij haar hadden aangegeven dat zij zich niet gezien voelden.
Hoewel de samenwerking op het oog acceptabel verliep, leek er in de onderstroom iets te spelen dat zorgde voor stagnatie en energieverlies.
Een teamlid legde bondig de situatie voor aan de Badhuisgroep. Het eerste wat zich aan Anna liet zien, was dat vier teamleden sterke banden hadden met de organisaties die ze hadden afgevaardigd, en dus moeite hadden grond onder de voeten te krijgen in het project. Het was alsof zij met elastieken vastzaten, waar aan getrokken werd vanuit hun eigen organisatie. De andere drie hadden dergelijke banden niet. Zij hadden het gevoel maar wat in de ruimte te zweven. Een bedding voelde het team niet.
Clarine gaf aan dat de impuls zou moeten komen van de mensen die geen banden hadden. Dit waren jonge, talentvolle mensen die op dit moment de kans niet kregen van de ervaren rotten. Zij zag dat deze mensen visie hadden, iets wat het team hard nodig had. Henk vulde aan dat het team het nodig had om de positieve aspecten te benadrukken. De neiging bestond om te letten op wat niet goed ging, maar positieve bekrachtiging zou een wereld van verschil maken. Lucille zei dat de vier ervaren rotten wel degelijk een verantwoordelijkheid voelden om een bedding te creëren. Te zien was dat de interventie de banden van de vier oude rotten wat losser maakte. Toch waren zij niet degenen van wie het team het nu moest hebben. Degene die zich nu opwierp als leider, hoefde deze rol niet op zich te nemen; het team kon zelfsturend zijn.
Teamlid: “Ongelofelijk. De situatieschets klopt precies. [Legt uit hoe de vier oude rotten aan het project zijn toegevoegd.] En interessant genoeg: het voorzitterschap gaat rouleren, en een van de jonge teamleden wilde het de eerstvolgende keer doen. Dat gaat dan precies goed!”
Omdat we met een teamlid spraken, en niet met een teamleider, CEO of bestuursvoorzitter, kregen we geen aanwijzingen voor de eerstvolgende noodzakelijke actie of handelsrichting. We gaven het teamlid mee om geen sturende of coachende rol te pakken naar aanleiding van ons gesprek, maar gewoon deelnemer te blijven. Dat wij naar de projectgroep hebben gekeken, is al een interventie; het teamlid kan nu laten gebeuren wat er gebeurt.
Beeld: “My Life Through A Lens”
