Er was geen bijzondere aanleiding. Toch wilde de belangenbehartiger eens in de spiegel kijken. Toen we dat samen deden, viel op dat deze organisatie zeer gefocust kon werken. Dat was ook hoe zij was opgericht. De werkwijze was ongeveer zo: er deed zich iets voor in de buitenwereld, bijvoorbeeld een wetswijziging, en de belangenbehartiger kwam in actie. De ene keer vanuit een financieel belang, de andere keer vanuit een technisch of juridisch belang van haar doelgroep.
Die focus was krachtig, en de organisatie was ook succesvol. En toch zat juist daar het punt van aandacht. Zij vertegenwoordigde een specifieke groep mensen, maar niet met een specifieke dienst, en evenmin met een specifiek uitgangspunt. Vergelijk dat met, bijvoorbeeld, een medische of een religieuze hulporganisatie. Daarvan is duidelijk wat die komt brengen. Deze belangenbehartiger had dat niet. Dat betekende uit de aard der zaak dat zij aan issue management deed. Er was, met andere woorden, geen doorgaand inhoudelijke visie, geen vakspecifieke invalshoek, geen levensbeschouwelijk kader waarbinnen diensten werden geleverd.
Als werkgever was deze belangenbehartiger daardoor ook geen warm huis. Dat voelde zij ook wel aan de moeite die het kostte om teams samen te houden. Het ziekteverzuim was weliswaar laag, maar het verloop was hoog. Het was voor deze belangenbehartiger de moeite waard om te onderzoeken of zij zich als werkgever steviger kon positioneren, bijvoorbeeld met een employer value proposition.
Beeld cottonbro studio
