Het ongemak van een mistige toekomst

Het bestuur van de Kunststichting klopte aan omdat er behoorlijk omvangrijke uitbreidingsplannen waren. Er was subsidie toegekend voor deze plannen. In een cultureel klimaat waarin links en rechts ook gevestigde initiatieven minder of geen geld hadden gekregen, wilde het bestuur zich ervan vergewissen dat de plannen inderdaad hout sneden, en dat de organisatie klaar was voor de uitvoering.

De Stichting liet zich zien als, bij wijze van spreken, een slee in een bobslee-baan. Een gevoel van soepel glijden, zonder hobbels of obstakels, goed weer: de Stichting was going with the flow. Dit leek een louter positief verhaal te worden, maar ook werd zichtbaar waar de onrust bij het bestuur vandaan kwam: er was geen einddoel in zicht. Het parcours van een bobslee-baan is bochtig en de slee ligt in een kuip. Als je de baan niet van te voren hebt verkend, weet je niet waar je heen gaat, waar je moet bijremmen, en waar je kunt loslaten. Als je het lastig vindt je over te geven aan de rit, kan verkramping ontstaan.

Het bestuur resoneerde met deze weergave. De plannen waren deugdelijk en de subsidie was toereikend. Maar inderdaad, of de uitvoering zou slagen, en met de uitvoering ook de gewenste effecten zouden worden bereikt – dat kon niemand nog weten. En dat ongemak had het bestuur te verdragen: dat de Stichting geld had gekregen ten faveure van andere initiatieven – voor een nu nog in nevelen gehulde, gedroomde toekomst.

 

Beeld Cottonbro