Ooit een kudde bizons gezien (op National Geographic)? Daar ga ik ons mee vergelijken, omdat ook wij in de basis kuddedieren zijn. Met een zenuwstelsel dat ontwikkeld is om bij wijze van spreken 80% van de tijd ’te grazen en te herkauwen’. Af en toe schakelt het zenuwstelsel van de kudde naar een andere stand over, bijvoorbeeld als het nodig is in beweging te komen naar graziger weiden.
‘Het zenuwstelsel van de kudde’ ja, want de individuen zijn zó afgestemd op de andere leden, dat als er één gevaar ziet, de hele kudde als vanzelf in beweging komt. Ze co-reguleren – net als mensen. Ziet er één dat het gevaar is geweken, dan komt binnen de kortste keren de hele kudde tot rust en gaat weer grazen.
Ook wij hebben die kalme ‘stand’ van ons zenuwstelsel. In die stand werken onze ‘innerlijke zintuigen’ optimaal. We voelen met ons hele lichaam hoe we eraan toe zijn, en ons immuunsysteem werkt (mede daardoor) optimaal. We kunnen goed eten en verteren, zijn speels, vol vertrouwen en open naar anderen en diffuus open naar ‘het veld’.
En net als de bizons hebben we een stand voor ‘actie’ en een voor ‘gevaar’. In de actieve stand zijn we gefocust en doelgericht. Onze waarneming is niet naar binnen; we reageren vooral op de directe omgeving. Bij gevaar wordt dit nog sterker. We staan op scherp. Als nodig zullen we vluchten, vechten of in het ergste geval bevriezen*.
Door hoe we vandaag de dag leven en werken, staan we vaker en langer op scherp dan nodig en gezond is. We staan overdag juist 80% van de tijd ‘aan’ en vinden het steeds moeilijker om te ontspannen of te slapen. We hebben weinig contact met onszelf, met anderen en met het grotere veld om ons heen. Een vicieuze cirkel.
Juist die ontspanning van ons ‘parasympathische’ zenuwstelsel is nodig om diep en divergerend waar te nemen. Je maakt niet alleen contact met je eigen staat van zijn, maar ook kun je open waarnemen hoe de ander erbij zit (via je ingebouwde systeem voor coregulatie), en wat de algemene hoedanigheid is van ‘het veld’ waar je je in bevindt.
Het is in die toestand dat je waarneemt wat je met je ‘gebruikelijke vijf zintuigen’ in je ‘gebruikelijke actieve stand’ niet kunt waarnemen. Enerzijds word je je er bewuster van hoe je eraan toe bent, via je ‘innerlijke zintuigen’, anderzijds neem je makkelijker grotere verbanden, thema’s en patronen waar. Ineens ‘weet’ je bijvoorbeeld hoe je moet reageren op een bepaalde marktontwikkeling, met wie je moet samenwerken en waartoe.
Dat zijn antwoorden die je krijgt als je onder de douche staat, rustig eet, je haren borstelt, de tuin omspit, mediteert of aardappels schilt. Als je ‘sympathische’ actieve stand wordt uitgeschakeld en je ‘parasympathicus’ aan gaat. Let er maar eens op, de volgende keer onder de douche. Het is het moment waarop je ineens een diepe zucht slaakt. Je systeem krijgt ‘sein veilig’ en schakelt om.
Als je eenmaal weet hoe dit werkt, kun je bewust en steeds vaker je ‘parasympathische’ stand opzoeken. Je ‘innerlijke zintuigen’ (interoceptie) bewust gaan gebruiken – naar binnen kijken (intueri, de Latijnse oorsprong van het woord intuïtie), en het veld om je heen binnen laten komen en aftasten.
Zeker ook in je werk. Vooral ook samen met je team. Je krijgt toegang tot veel meer en rijkere informatie dan wanneer je in de gefocuste ‘actie-stand’ staat. Om over de stand van bevriezing, vechten en vluchten maar te zwijgen. In die toestand is er geen sprake van toegang tot breed en divergerend denken of verfijnd intuïtief waarnemen. Logisch. Overleven gaat vóór: je ziet alleen dat wat zich nu als urgent voordoet.
Dus zo werkt het: ben je je bewust van de kwaliteiten van de ‘parasympathicus’ en hoe je deze kunt gebruiken voor het waarnemen met ál je zintuigen, dan kun je toegang krijgen én geven tot informatie die voor je ‘gewone zintuigen’ niet waarneembaar is.
En zo kan ik op jouw verzoek gericht en helder licht laten schijnen op wat tot nu toe blinde vlekken voor je zijn geweest. Omdat je, net als de meesten van ons, meer gewend bent aan de actieve stand en minder geoefend bent in bewust waarnemen met en vanuit je parasympathicus, heb je daar soms even hulp bij nodig. Als we er eenmaal samen contact mee maken, weet je ook meteen wat je te doen staat.
Deze hulp kan ik geven, omdat ik niet alleen beschik over organisatiekundige kennis en ervaring, maar ook over neuropsychologische en lichaamsgerichte. Daarom schakel ik bij organisatievragen bewust om naar een parasympathische toestand, en kan ik daarin ook mijn ‘ontvanger’ afstemmen op de informatie ‘in het open veld’ die betrekking heeft op jouw specifieke vraag. Zo kan ik verhelderen welke thema’s er onder jouw leiding spelen bij je organisatie, en wat je eraan kunt doen.
Zelf óók je zenuwstelsel, en daarmee je waarneming, balanceren? Kijk hier.
Lees ook:
Agor, W.H. (1986). The logic of intuitive decision making: a research-based approach for top management.
Quorum, New York NY.
Fritz, R. (1999). The Path of Least Resistance for Managers.
Berrett-Koehler, San Francisco CA.
Gershon, M.D. (1998). The Second Brain.
Harper, New York NY.
Hecke, M.L. van, Callahan, L.P., Kolar, B. & Paller, K.A. (2010). The Brain Advantage; becoming a more effective leader by using the latest brain research.
Prometheus, Amherst NY.
Huffington, C., Armstrong, D., Halton, W. Hoyle, L. & Pooley, J. (eds.)(2004). Working below the surface.
H. Karnac, London, UK. (Tavistock Clinic Series.)
Sadler-Smith, E. (2008). Inside Intuition.
Routledge, New York NY.
Senge, P., Scharmer, O., Jaworski, J. & Flowers, B. (2005). Presence.
Nicholas Brealy, London, UK.
Snyder, R. (2019). Decisive Intuition.
Red Wheel/Weiser, Newburyport MA.
*De weergave van ‘hoe het werkt’ met ons zenuwstelsel is hier vereenvoudigd. Fight/Flight zijn de stress-standen van onze sympathicus, die in normale situaties onze ‘waakstand’ is. Fawn en Freeze zijn stress-standen van onze parasympathicus, die in normale situaties onze ‘ruststand’ is. Fawning hoort bij de bovenste parasympathicus. Het is overdreven goed zorgen dat anderen aan hun trekken komen en jezelf wegcijferen en onzicthbaar maken. Freezing hoort bij de onderste parasympathicus en staat in de psychologie wel bekend als dissociatie. Je trekt je uit je lichaam terug om niet te hoeven voelen wat er speelt. Al deze reacties zijn ingebouwd, volautomatisch en volstrekt normaal bij echt gevaarlijke situaties. Zodra de rust terugkeert, kan je zenuwstelsel weer naar normaal terugkeren.
Ervaringen uit ons verleden kunnen er echter, door hoe wij met elkaar leven en werken, voor zorgen dat ons zenuwstelsel sneller en langer dan nodig is voor feitelijk overleven, in een stress-stand (blijft) gaan bij bepaalde gebeurtenissen. Daarin heeft iedereen eigen triggers en een eigen voorkeur. Als fight voor jou in oude conflictsituaties heeft opgeleverd dat je je weer veilig ging voelen, dan zal dat ook nu nog je voorkeur hebben. Je reageert volautomatisch op situaties die op ‘vroeger’ lijken en ‘schiet erin’. Dat maakt het nog moeilijker om de ‘ruststand’ te bereiken die nodig is voor een thematische, divergerende, wetende waarneming.
Een voorbeeld uit mijn eigen ervaring: ik was vroeger in die mate bang voor schreeuwende vrouwen, dat ik bij een gering vermoeden van aanstaande boosheid bij vrouwelijke gesprekspartners bevroor. Ik kon dan bijna niet meer praten. Ik heb dit in een coachingopleiding zo’n 25 jaar geleden via oefengesprekken kunnen neutraliseren en heb er inmiddels geen last meer van. Het is dus goed mogelijk om je zenuwstelsel te balanceren en zo je aangeleerde maar welhaast instinctieve voorkeurspatronen te doen slijten.
