Wat we zagen: de smiley-emoticon met drie horizontale streepjes als mond en ogen. Hoe dat voelde: terneergeslagen, en erger nog, toen we dit even de tijd gaven, bleek de mond gesnoerd te zijn. De bio-winkel bewoog niet meer; in stress-termen zat deze in een freeze. Was dit einde verhaal?
Feit was dat een oud conflict binnen de initiatiefgroep fel was opgelaaid. Er waren – wederom – harde woorden gevallen. Tegelijk kon de winkel niet voortbestaan zonder de inzet van alle betrokkenen. Somber zaten ze om tafel, terwijl ze begonnen te begrijpen dat de winkel op dit moment nergens op reageerde.
Op een ingeving noemden alle betrokkenen langzaam, één voor één, hun naam. De winkel vertoonde slechts een reactie bij één van de namen. Hij sprak zich langzaam en duidelijk uit: ik verzuip. Als jij me niet redt, ga ik ten onder. De vrouw die werd aangesproken door de winkel, kwam nogal in verlegenheid. Ze had haast te vuur en te zwaard oppositie gevoerd tegen de persoon die de financiën deed, en had de helft van de initiatiefgroep in het conflict meegesleept.
Zou ze volharden, zo begrepen we, dan zou de winkel ophouden te bestaan en stond iedereen met lege handen. Alle blikken waren nu gericht op deze vrouw. Zou zij in de spiegel kunnen kijken? Eén van de aanwezigen zei: “Dat vind ik het niet waard”. Er ontstond een kleine opening, een optie om een zachtere benadering en omgang met elkaar te gaan kiezen. Dat zou alleen slagen als allen zacht konden blijven, of worden.
Een gespreksbegeleider was aan te raden. Echter, een eerder voorstel tot mediation was afgewezen. Toch gaf de aangesproken vrouw nu aan open te staan voor gespreksbegeleiding. Onder de omstandigheden was dat een grote stap. De groep vroeg om een aanbeveling.
Beeld Serge Le Strat
