In het dorp was één theater, dat ook dienst deed als bioscoop. Degenen die het runden, waren zelf heel tevreden met hun insteek en aanpak, en zagen geen noodzaak tot veranderen. Maar de inkomsten liepen terug, en zo wilden zij toch een gesprek aangaan.
Het theater liet zich zien als een buurthuis. Een gezellige plek van en voor vrijwilligers en hun initiatieven. Een plek waar de bevolking (in de woorden van het theater) ontspanning en ontmoeting kon halen. Een potje canasta, een biertje, een dansavond. Het gebouw zette dit gevoel sterk neer, terwijl de directeur en het hoofd Marketing elkaar geschrokken aankeken. Zij hadden, afkomstig als ze waren uit de theaterwereld, een heel andere ambitie met het theater.
Het theatergebouw vertoonde geen enkele beweging tijdens ons gesprek. Dit was zijn karakter, en daar had het huidige team het mee te doen. Er waren voor het team maar twee opties:
- ofwel aansluiten bij het karakter van het gebouw, en naast mainstream voorstellingen inderdaad ook andere activiteiten programmeren. Denk aan leesclub, singles-avond, oefenruimte voor de amateur-toneelvereniging, lezingen;
- ofwel (als directeur) elders aan de slag gaan, waar meer ruimte was voor theater-initiatieven net buiten de mainstream. Hier zou dat niet lukken. Dit theatergebouw zou trouw blijven aan zijn sterke historie als enigszins kneuterig gemeenschapshuis – en niks mis mee.
Beeld Allec Gomes
