Een buurtkoffiekamer was al drie keer van eigenaar gewisseld. Bevlogen mensen die een knus pandje van de sloop hadden gered, slaagden er maar niet in om een succes te maken van hun initiatief. Ideeën genoeg, maar behalve degenen die de activiteiten organiseerden kwam er niemand op af. Wat kon er toch aan de hand zijn?
Een onverwachte wending: de plek waar het gebouwtje stond, meldde zich. Deze liet weten dat ze van alles had verwacht – bomen, moeras, planten, dieren – maar geen gebouwen en menselijke activiteit. Ze voelde zich niet gezien, niet geraadpleegd en niet verbonden aan dat wat zich boven haar hoofd afspeelde. Ze zou weg willen gaan, maar dit was onmogelijk; haar vluchtreactie werd daardoor een vechtreactie, zonder resultaat voor haar. Maar wel met gevolgen voor het initiatief, dat letterlijk geen grond onder de voeten had.
In gesprek met de plek kon deze ontspannen en toelaten dat er andere mogelijkheden waren als bestemming. De eigenaren voelden deze ontspanning ook bij zichzelf. Ze lieten weten dat een bepaalde zwaarmoedigheid die ze tot dan toe steeds bij zich droegen, ineens wat lichter leek te zijn. Ze gingen met hernieuwde energie aan de slag.
Foto Clem Onojeghuo
